Houten Groninger snik voor personenvervoer te Groningen in 1877. Let op de mastkokers.

Onbekend – scanned from the book R. Martens & F. Loomeijer. Binnenvaartschepen. Uitgeverij de Alk, Alkmaar, 1977.

Al in de Middeleeuwen dreef de stad Groningen via de waterwegen beste handel. Goede scheepvaartverbindingen waren daarom belangrijk. Begin zeventiende eeuw werd het Boterdiep gegraven. Het loopt van het van Starkenborghkanaal bij Noorderhoogebrug/ Beijum tot de haven in Uithuizen en is 25 kilometer lang. Het zou zijn naam te danken hebben aan het transport van melkproducten. Deze verbinding was erg belangrijk voor de ontsluiting van Noord Groningen. Schepen konden vanaf toen eenvoudig doorvaren naar het Hoogeland.

Zeilboten werden rond 1650 vervangen door trekschuiten, die minder weersgevoelig waren, comfortabeler en goedkoper. De schuit (snik) had een mast met een jaaglijn. Via deze lijn trok een trekpaard de schuit langs het jaagpad door het water, begeleid door een snikjong.
In 1659 werd door gedeputeerde Staten van Stad en Ommelande de aanleg van een trekvaartroute in Hunsingo van Groningen naar Onderdendam, Middelstum en Warfhuizen overeengekomen. In 1664 werd ook Warffum met de trekschuit bereikbaar, via het Warffumermaar. Deze uitloper van de Waddenzee sloot in Onderdendam aan op de trekvaartroute over het Boterdiep. Hier kon men eenvoudig overstappen op een andere lijndienst en bijvoorbeeld van Warffum naar Uithuizen reizen.

Een snik, zeilschuit, uit: G. Groenewegen, Verzameling van vierentachtig stuks Hollandsche schepen, Rotterdam 1789.

“Ervaar de trekvaarthistorie in Noord Groningen vanaf het water, op de fiets of te voet!”

nl_NL
en_GB nl_NL